Terug op de startblokken

zwembad startblokken

Baantjes trekken in het Olympisch zwembad van Wezenberg. Het is een goede gewoonte die ik de voorbij maanden terug oppikte. Enkele weken terug verloor ik helaas m’n gloednieuwe zwemkaart. Daar stonden 14 beurten op. Voorlopig is de eerlijke vinder nog niet naar voren gekomen. Op zich geen gigantisch probleem. Je kan aan de balie ook betalen met een glimlach. :)

Zwom ik eind mei nog 1 kilometer per uur, dan verdubbelde dit al gauw. Dat lag vast aan het opfrissen van m’n techniek. Als kind was ik lid van de “Zolderse Dolfijnen”, de zwemclub van onze Limburgse fusiegemeente. Daar leerden we dingen zoals de sleutelgatbeweging, uw keerpunt nemen, correct horizontaal blijven om je snelheid te behouden. Beetje bij beetje kwam dat alles terug zodat ik vandaag vrij makkelijk 46 baantjes zwom (2,3 km).

Enkele opmerkingen over mezelf voor de volgende keer:

  1. Na de eerste 10 had ik serieuze dorst. Je zou het niet denken, maar van zwemmen kan je serieuze dorst krijgen. Altijd drinken meebrengen. Gelukkig staat er altijd een flesje water aan de kant bij m’n handdoek. Deze keer had ik het Vitaminwater bij dat Amaury me bezorgde.
  2. Ook bij de volgende 14 moest ik na iedere 100 meter even stoppen om op adem te komen. Misschien toch maar opnieuw die medicatie nemen tegen m’n lichte vorm van astma. M’n ademhaling begon al veel regelmatiger te worden en ik had merkbaar minder dorst.
  3. De laatste 22 lengtes zwom ik in één ruk door. Lopers hebben het wel eens over een runner’s high en volgens mij zal er ook wel zoiets als een swimmer’s high bestaan. Het voelde heerlijk. Dat had lang zo kunnen doorgaan maar volgens de klok zat m’n tijd er helaas op.

Qua prestaties voel ik dat er duidelijk nog meer in zit. Met minder andere zwemmers in het water en niet teveel last van die ademhaling moet ik 3 km/u kunnen halen (60 lengtes), wat neerkomt  100 meter in 120 seconden. Om je een perspectief te geven: de Olympische zwemmers zullen binnenkort proberen Brenton Rickard’s record van 58,58 seconden te verbeteren. Ik mag dus al blij zijn met de helft, al gaat het natuurlijk wel over een langere afstand.

Die betere conditie en uithoudingsvermogen zijn leuk meegenomen. Maar eigenlijk zwem ik vooral voor m’n eigen plezier. Als het niet te druk is draai ik met gemak een schroef of twee onder water. Of eventjes op het diepste stuk over de bodem zwemmen. En ondersteboven zwemmen natuurlijk. Ik kan daar van genieten. Daarbij merk ik dat ik me steeds beter begin te voelen. In het water kan je rustig nadenken. Die ritmische ademhaling helpt. Je eigen zaakjes op een rij zetten. Door een onvrijwillige tussenpauze in m’n leven zie ik alles vanuit een duidelijker perspectief. Dat laat je toe om keuzes te maken. Negatieve elementen wil ik uitsluiten en enkel nog het positieve toelaten. Dat begint te werken merk ik, en anderen ook.

Nu nog even van het grote bad naar het kleine bad om de chloor weg te spoelen en m’n kleine teen te verzorgen waarmee ik tegen het trapje stootte.

Ik trok m’n rechter schoen uit. Die kleine wonde bleek een stuk groter geworden.  En de teen zag al half zwart. Oei, toch wel even schrikken. Ik heb er dan maar een strakke pleister rond gedaan. Hopelijk komt dat gauw weer in orde. Lopen doet  een stuk meer pijn dan daarstraks. Hope for the best!

Reacties

    • zegt

      Zeker niet makkelijk als je al verkeerd begonnen bent. De vorige keer zag ik een Aziatisch meisje op een bijzonder vreemde manier de schoolslag doen. Ze trok haar benen helemaal naar voren tot tegen haar buik. Vreemd zicht.

      Voorlopig blijf ik verder opbouwen. Of mijn target realistisch is maakt weinig uit. Ik voel nu al wat een verschil het maakt. Dat kan dus alleen nog maar veranderen (lees: verbeteren).

  1. zegt

    Splets splets, zelfde verhaal hier! Vroeger zo’n waterratje bij de zwemclub, schroefjes, dolfijntjes en vlinderslag sans probleem… Maar ik merk toch dat baantjes trekken een heel ander verhaal is dezer dagen! Gelukkig kan dat gevoel van vrijheid dat je beschreef het altijd beter maken.

    • zegt

      Als er jaren later opnieuw mee begint is het inderdaad even wennen hè. De wil is er wel. Maar die grotere jongens zwem ik nu niet meer zo makkelijk van de tabellen. De competitie ligt nu anders: met mezelf in plaats van tegen de rest van de wereld. Vreemd hè?

    • zegt

      Zo nu en dan wel een rugslag wanneer ik een open baan voor mezelf heb. Aan een crawl ben ik duidelijk nog niet toe. Ik haal hem enkel boven om in te halen. Voor één lengte lukt dat nog En meestal moet ik dan nog even op adem komen. Dat is ook een andere manier van ademhalen hè. Heb je misschien goeie tips om die crawl verder te verbeteren?

      • Pierre Vis zegt

        Er bestaan tegenwoordig snorkels specifiek voor zwemmers. Daarmee schakel je de ademhaling uit en kan je focussen op andere zaken..

        • zegt

          Dat klopt. Ik zag gisteren een man zwemmen met zo’n lange snorkel die over zijn neus liep. Best wel een bizar zicht. Misschien moet ik daar maar eens voor kijken. Maar eigenlijk heb ik meer nood aan goede oorstoppen denk ik. Kan je daar iets in aanraden? Ik las al dat het meestal om maatwerk gaat, maar dat lijkt me dan weer zo’n grote investering. Of niet?

Trackbacks

Geef een reactie